Globale kosten

De economische repercussies van Alzheimer mogen niet worden onderschat. De kosten voor de verzorging van deze patiënten kunnen de pan uitrijzen.

Momenteel kost het in Vlaanderen gemiddeld al 1.000 euro om in een rusthuis te verblijven. Maar verzorging van een Alzheimerpatiënt impliceert infrastructurele maatregelen die nog veel duurder zijn.

In een aantal gevallen moeten mensen hun baan laten staan om een Alzheimerpatiënt te verzorgen.
Vanaf een bepaald moment moeten ze 24 uren op 24 paraat staan voor zorgverstrekking.

Enquête

Het Belgische Instituut voor Gezondheidseconomie (BIGE) voerde een enquête uit om de kostenstructuur voor de ziekte van Alzheimer te identificeren, en na te gaan hoeveel het aan de overheid kost en aan de familie.
Het totaal aan waargenomen directe en indirecte kosten voor een gewone bejaarde die thuis blijft, werd berekend op ongeveer 3.470 euro per jaar. Voor thuisblijvende patiënten met een lichte vorm van dementie neemt dit bedrag toe tot 8.676 euro. Bij een matige vorm van dementie stijgen de kosten tot 14.229 euro en voor ernstige dementie zoals Alzheimer tot 16.658 euro jaarlijks.

Volgens BIGE variëren de kosten sterk en worden ze beïnvloed door de familiale socio-economische situatie.
Ook opvoeding, mate van opvang door de omgeving, en perceptie van de ziekte door naastbestaanden, heeft een invloed. Incontinentie of doorligwonden kunnen de zorg eveneens erg verzwaren.

Belastingen

Voor de meeste prestaties in het kader van geneeskundige verzorging, is de prijs vastgelegd in een overeenkomst tussen medische hulpverleners en ziekenfondsen.
In de regel neemt de sociale zekerheid een deel van die prijs te haren laste en laat dat via het ziekenfonds terugbetalen.
Het andere gedeelte - het remgeld - komt voor rekening van de patiënt.
In bepaalde gevallen wordt het remgeld ten dele terugbetaald.
Daarvoor bestaan twee systemen: de sociale vrijstelling en de fiscale vrijstelling.

De sociale vrijstelling geldt voor een aantal minderbegoeden. Zodra zij 371 euro aan remgeld voor hun rekening hebben moeten nemen, worden zij voor de rest van het jaar vrijgesteld van remgeld.
Alleen personen waarvan het jaarlijks belastbaar inkomen lager is dan 13.336 euro
komen in aanmerking voor deze sociale vrijstelling voor medische kosten.
(medicatie niet meegerekend).

De fiscale vrijstelling werd ingevoerd nadat het remgeld, onder meer bij ziekenhuisopname, aanzienlijk was opgetrokken. Om economisch zwakkere gezinnen niet al te zwaar te belasten, werd bepaald dat het remgeld vanaf een bepaald bedrag zou worden terugbetaald.
Het plafondbedrag hangt af van de belastbare inkomsten van het gezin en wordt berekend door de fiscus.
De fiscus krijgt een overzicht met de afrekening van het remgeld voor het voorbije jaar en groepeert de gegevens per fiscaal gezin. Wanneer een gezin meer remgeld betaalde dan het drempelbedrag, trekt de fiscus het te veel betaalde af van de verschuldigde belasting.
Die drempelbedragen zijn 495 euro als het gezamenlijk belastbaar inkomen van het gezin tussen 13.336 euro en 20.575 euro ligt, 743 euro als het tussen 20.575 euro en 27.764 euro
ligt, enz.

Met fiscaal gezin worden alle personen bedoeld van wie de inkomsten samen worden belast.
Het nadeel van dit systeem is, dat de afrekening pas gebeurt nadat de fiscus het aanslagbiljet heeft ontvangen, dus ruim een jaar later.